DAGBOEK VAN EEN OVERLEVER

Kamperen: ga toch dood in die zandbak

Begin juni 2022

Inmiddels waren de brieven op de post, ik had antwoord gehad van één broer, de andere bleef nog stil. Het werd een spannende tijd waarin voor mij de emoties op begonnen te lopen. 

De dag na het versturen van de brieven verdween de eerste euforie als sneeuw voor de zon. Binnen 24 uur werd ik weer gek van de angst en twijfel. Op de zolder waar ik nu dit verhaal schrijf, was ik destijds inwendig aan het vloeken en tieren. Tegelijk intens verdrietig, de tsunami aan tegenstrijdige gevoelens ging binnen no-time weer helemaal los. En deze gevoelens groeiden en bouwden op richting de gesprekken die over een maand gepland stonden.

In de tussentijd werd mijn dochter jarig en net als dit jaar gingen we vorig jaar een weekendje kamperen. Dat wil ze graag en genieten we allemaal van als gezin. 

Dus pakken, spullen verzamelen, inladen en gaan met die banaan. Tja… ware het niet dat ik mezelf de dag ervoor behoorlijk was kwijtgeraakt. Ik was kwetsbaar en een conflict op mijn werk, waar ik overigens op geen enkele manier persoonlijk bij betrokken was, trok toch allerlei rauwe pijn open. Het werd daarmee een verwarrende, drukke werkdag en ik kwam moe thuis. Toen was er ook nog die avondvierdaagse, waardoor je nog eens extra geleefd wordt, dus geen tijd om uit te rusten. Dus weer door, terwijl alles in mij schreeuwde om rust, stilte en tijd alleen.

In deze stand begon ik die volgende dag met vertrekken, verre van ideaal. Met al mijn kracht probeerde ik mezelf te handhaven om niet het hele weekend weg te torpederen. Het lukte, we kwamen aan op de camping, hebben de tent opgezet en uiteindelijk ook wel een leuke tijd gehad. 

Ik schreef erover in mijn dagboek: “Ach, we hebben het weer overleefd, het was een mooi weekend weg al was het erg jammer dat ik er niet was.”

Heel jammer dit na afloop te moeten concluderen. Het gebeurde in die tijd heel vaak en helaas vandaag de dag nog steeds. Momenten dat ik afscheid neem van mezelf, dissocieer en er niet meer helemaal ben. Vaak lukt het me dan nog wel om door te gaan met wat moet en voor handen is. Maar dit gebeurt dan allemaal op automatische piloot, zonder gevoel, emotie of echte betrokkenheid. Het is een staat van mezelf die niet prettig is, niet voor mezelf en ook niet voor mijn vrouw en kinderen. En helaas één die we inmiddels allemaal al te goed kennen, papa is er wel maar niet echt.

Er was één moment dat ik er wel was en dat was toen mijn dochter aan kwam lopen met een bebloed oog. Ze hadden gespeeld met stokken en nu zat er een plekje op haar ooglid. Ik stond in één tel aan: voordat ik het wist het ik het oog schoon gespoeld, spullen gepakt, was ik de huisartsenpost aan het bellen, onderweg naar de auto en had ik een adres waar ik met mijn dochter heen kon rijden om de dokter te zien. 

Ik stond helemaal aan, volledig alert en in de overlevingsstand. Het viel alles gelukkig mee en met een zalfje konden we het weekend verder afronden. Zij heeft er gelukkig verder geen problemen mee gehad.

Ik had wel een probleem: ik stond in de overlevingsstand. Ik stond helemaal aan, de adrenaline en emoties gierden door mijn lijf, het had me volledig getriggerd. Het was ontzettend moeilijk om daarna weer te ontspannen en mezelf veilig te voelen. Met de tent, de mensen om ons heen, ik mistte mijn veilige plek om terug te trekken, de privacy was er niet.

Dus dat werd weer een wandeling in het bos en een dag later afreageren op de fiets. En daar ging ik opnieuw ver over mijn eigen grenzen. Ik kon de route niet vinden die ik wilde, ging andere paaltjes volgen en raakte hier goed gefrustreerd over. Stoppen deed ik ook niet dus gewoon hard doortrappen, je komt wel weer een keer op een punt dat je herkent. 

Onderweg had ik door mijn opgefokte staat weinig oog voor al het moois om mij heen. De hele mix aan gekmakende gevoelens en gedachten vochten in mijn lijf. En ik probeerde die te controleren door vooral te blijven racen. Een paar keer raakte ik de route kwijt en uiteindelijk was ik er klaar mee, ik nam een korte route terug naar de camping.

Om vervolgens op brede zandpaden uit te komen, op het heetst van de dag en daar in die zandbak trapte ik opnieuw mijn achillespees aan gort. Pijn in mijn been, nauwelijks in staat nog door te fietsen kwam ik half kreupel uiteindelijk terug bij de tent. Op Strava deelde ik dezelfde foto als hierboven met een beschrijving erbij: ga toch dood in die zandbak.

Een paar dagen later deed mijn therapeut mij inzien dat de stortvloed aan emoties en tegenstrijdigheden die ik voel bij de daders vandaan komen. Ik ben bezig hen uit mijn leven te zetten en maak daarmee hun ruimte kleiner. Daardoor voel ik mij beklemd, angstig, die diepe twijfel, maar deze gevoelens zijn niet van mij maar van de daders.

De achilleshiel die begon te protesteren was daar een fysieke uiting van. In de zandbak had de dader mij nog bij de hielen, maar ook dat zou binnenkort ten einde komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *